|
| Bankieren |
Voor het grensoverschrijdend betalingsverkeer kun je in principe twee
methoden hanteren:
het via een lokale bank uit laten voeren van de internationale transacties, de
bank zal dat doen middels correspondent banking of middels netwerk-bankieren
zelf rekeningen aan gaan houden in verschillende landen
Wordt de tweede wijze gekozen, dan zal alles verlopen volgens de regels van het
binnenlands betalingsverkeer van het betreffende land. Het houdt dan wel in dat
er een goede administratie bijgehouden moet worden, je moet zelf zorgen dat er
altijd saldo op ieder van je rekeningen is voor het uitvoeren van de betalingen.
Laat je je bank het grensoverschrijdend verkeer oplossen, dan moet voor de wijze
van afhandelen in elk geval onderscheid gemaakt worden tussen de SEPA (Single
European Payment Area) en de rest van de wereld.
Betalingen binnen SEPA
Binnen de SEPA worden de betalingen afgehandeld via TARGET, het systeem van de
Europese Centrale Banken en via de EBA systemen. Betalingen via TARGET lopen via
de centrale banken van de betrokken landen. Wanneer bijvoorbeeld de Postbank een
betaling moet doen aan de Franse bank Crédit Agricole, dan verloopt dat volgens
het onderstaande schema.
Per stap:
De Postbank zendt de opdracht naar DNB, De Nederlandsche Bank
De melding loopt via het TOP systeem (dat de Nederlandse banken met DNB
verbindt)
DNB controleert of de betaling aan de standaards voldoet (staat alle nodige
informatie er in) en controleert of de bank voldoende saldo/krediet bij DNB
heeft. DNB checkt of het ontvangende RTGS-systeem (van Banque de France) actief
is. Wanneer alles klopt wordt het bedrag van de rekening van de Postbank af
gehaald. Een bericht wordt naar de Banque de France gestuurd en de rekening die
Banque de France bij de DNB aanhoudt wordt gecrediteerd.
Via het Interlinking netwerk gaat het bericht naar de Banque de France
Banque de France controleert de opdracht: klopt de informatie, voldoet het aan
de veiligheidsstandaards, en is de bedoelde bank, Crédit Agricole, op het
RTGS-systeem in Frankrijk (TBF) aangesloten. Klopt dit, dan wordt de rekening
van Crédit Agricole gecrediteerd en de rekening van DNB bij Banque de France
gedebiteerd.
Via TBF ontvangt Crédit Agricole een bericht van bijschrijving. Aan DNB wordt
een bevestiging gestuurd van verwerking van de transactie. Ontvangt DNB deze
niet binnen een half uur, dan zal DNB moeten controleren waar er iets fout is
gegaan.
Crédit Agricole kan nu de transactie verder afhandelen (met haar klant, de
ontvangende partij)
Afhandeling via TARGET heeft de grootste zekerheid, maar is relatief duur. De
EBA heeft daarom een aantal systemen opgezet om transacties goedkoper te kunnen
verwerken, Euro1, Step1 en Step2.
Om mee te kunnen doen aan de betaalsystemen van de EBA, moet een bank aan een
aantal voorwaarden voldoen. De eerste voorwaarde is dat de bank een
(hoofd-)kantoor moet hebben in één van de landen van de Europese Unie, daarnaast
gelden er voorwaarden met betrekking tot de omvang en gezondheid van de bank
(balanstotaal, liquide middelen, credit rating). Is een bank geen deelnemer, dan
kan de bank altijd nog via correspondent banking (zie volgende paragaraaf)
gebruik maken van de mogelijkheden van deze betaalsystemen.
Euro1 is het systeem voor de hoogwaardige betalingen, is het systeem dat door de
banken gebruikt wordt voor betalingen onderling. Voor de gewone betalingen (de
betalingen onder de 50.000 Euro) worden het Step1 en Step2 systeem gebruikt.
Een internationale betaling volgt dan een route als hieronder beschreven:
De verkoper stuurt een factuur aan de koper, met daarop zijn gegevens (BIC-code
van de bank, IBAN-code voor de bankrekening)
De koper betaalt de factuur. Hiervoor vult hij een formulier in dat hij van zijn
eigen bank gekregen heeft met daarop in elk geval de (BIC-code van de bank en
het IBAN rekeningnummer van de begunstigde, het bedrag in Euro’s en de
adresgegevens van de verkoper.
De opdracht wordt via de post naar de Postbank verstuurd (dat zou bij andere
banken ook via elektronisch bankieren kunnen).
De Postbank controleert de betaling (genoeg saldo, correcte en volledige
invulling van de gegevens) en voert de betaling in in het internationaal
betalingssysteem.
Via Swift gaat er een bericht naar EBA Clearing met daarin de gegevens van de
betalingsopdracht.
Dagelijks om 18:00 CET start controleert EBA de opdrachten voor de volgende dag
en wordt er een totaalstand per bank berekend. De banken krijgen hiervan bericht
en moeten voor 09:00 CET de volgende werkdag het bedrag verrekenen met hun
settlement-bank (ECB, nationale centrale bank). De settlement-banken verrekenen
de getotaliseerde bedragen de volgende dag onderling middels het Euro1 circuit.
Via Swift stuurt EBA een bericht per transactie naar de bank van de verkoper,
naar Crédit Agricole.
Crédit Agricole verwerkt de betaling in haar boeken
De klant wordt via een apart bijschrijvingsbericht door Crédit Agricole
geïnformeerd dat er een internationale betaling op zijn rekening is bijgeboekt.
De klant beschikt nu over het geld en kan de betaling in zijn eigen boekhouding
verwerken.
De hier beschreven methodes van verwerken van grensoverschrijdende betalingen
werken uitsluitend in het Euro-gebied, voor overschrijvingen van euro’s. Voor
betalingen in andere valuta moeten andere methodes gehanteerd worden.
Verwerking middels correspondent banking
De meest gebruikte methode in het grensoverschrijdend betalingsverkeer is
correspondent banking. Dit geldt met name wanneer het gaat om betalingen in
andere valuta dan de eigen valuta.
Betalingen in een bepaalde valuta worden uitsluitend afgehandeld in het land (de
landen) waar deze valuta vandaan komen. Dat houdt in, dat betalingen in dollars
altijd in de VS afgehandeld worden, ook al is het een betaling van twee
Nederlandse partijen onderling. In dit geval wordt gebruik gemaakt van
correspondent banking. Aangenomen dat Citibank de correspondent bank van ING is
en JPMorganChase de correspondent bank van ABN AMRO, dan zou een dollarbetaling
van een klant van ING naar een klant van ABN AMRO er als volgt uit zien:
De klant (koper) maakt een opdracht op voor de bank voor een betaling in dollars
aan de verkoper die een rekening heeft bij ABN AMRO.
De opdracht gaat naar de bank, per post, per fax, per elektronisch bankieren,
per telefonische opdracht, met name voor bedrijven is vrijwel elke wijze van
communiceren mogelijk en af te spreken met de bank.
De bank controleert de gegevens van de opdracht en voert de gegevens in in de
eigen systemen. Omdat het een dollarbetaling betreft wordt de betalingsopdracht
doorgegeven aan de correspondent bank: Citibank. Voor dit doel houdt ING bij
Citibank een rekening aan, de nostro rekening (nostro ons, onze rekening bij u).
Ook ABN AMRO wordt op de hoogte gesteld
Via Swift gaat het bericht met de betaalgegevens naar Citibank.
Via Swift gaat ook de voormelding naar ABN AMRO
Citibank verwerkt de betaling. Van de rekening van ING, door Citi de loro
rekening genaamd (loro = u, dus uw rekening bij ons), wordt het bedrag
afgehaald. Het bedrag wordt via het Amerikaanse systeem doorgeboekt naar
JPMorganChase.
De betaling van CitiBank naat JPMorganChase is een VS-binnenlandse betaling, die
meeloopt in het VS-betalingscircuit, via de Amerikaanse centrale bank, de Fed,
Fedwire Network.
JPMorganChase krijgt het bedrag binnen en boekt het naar de loro-rekening die
ABN AMRO bij haar heeft.
Via Swift wordt ABN AMRO op de hoogte gesteld van de betaling
ABN AMRO ontvangt de bijschrijving en verwerkt deze in haar boeken.
De klant krijgt van ABN AMRO het afschrift met de gegevens van de
dollar-betaling.
Op een dergelijke wijze worden dollarbetalingen afgewerkt, voor betalingen in
andere valuta zullen andere correspondent-banken gebruikt worden. Voor
betalingen in ponden bijvoorbeeld zullen Engelse banken gebruikt worden.
Netwerkbankieren
Naast de hiervoor genoemde opties is het ook mogelijk gebruik te maken van de
diensten van een netwerkbank. Grote netwerkbanken laten de grensoverschrijdende
betalingen via het eigen kantorennet lopen. Daartoe zal de netwerkbank wel
aangesloten moeten zijn bij de Clearing organisatie in het betreffende land.
Een afhandeling van een betaling via een netwerkbank kan er dan als hieronder
geschetst uit zien. Het gaat dan om een betaling in euro’s van een klant in de
VS aan een verkoper in Nederland.
De klant in de VS maakt een opdracht tot betaling in euro’s aan, te doen aan
zijn leverancier die in Nederland een rekening bij Rabobank heeft.
De klant stuurt de opdracht naar zijn bank, Citibank.
Citibank VS verwerkt de opdracht, controleert de gegevens van de betaling en
geeft deze verder door.
De opdracht wordt via het interne netwerk van Citi doorgegeven aan de
Nederlandse vestiging.
De Nederlandse vestiging van Citibank verwerkt de opdracht als een binnenlandse
betaling in Nederland.
De betaling wordt aan Rabobank doorgegeven en verwerkt via het binnenlands
betalingsverkeer in Nederland, via Interpay en DNB.
Rabobank ontvangt de betaling en werkt de rekening van de klant bij
Rabobank geeft de gegevens middels een dagafschrift door aan haar klant
De klant ontvangt de betaling en kan haar debiteur afboeken.
De grote Nederlandse en Belgische banken bieden wel netwerk-diensten aan, maar
alleen aan de grote zakelijke klanten.
|
|
|